Overlast voorkomen

Om overlast van de industrie te voorkomen heeft de DCMR een aantal middelen ter beschikking.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning is het uitgangspunt dat een bedrijf veilig en op milieu verantwoorde wijze werkzaam is. De processen moeten zo zijn ontworpen dat er geen onveilige situaties of emissies zijn die tot overlast leiden.
Komt stank, stof of geluid structureel voor bij een bedrijf, dan scherpt de DCMR namens het bevoegd gezag de vergunning aan en moet het bedrijf aanvullende voorzieningen treffen om deze overlast alsnog weg te nemen.
Om vroegtijdig de bron van stankoverlast te kunnen vaststellen, maakt de DCMR gebruik van elektronische neuzen, e-noses. Een e-nose is een klein apparaat dat met kleine sensoren veranderingen in de luchtsamenstelling meet. Naast de auto’s van de meldkamer en chemisch advies, zijn ook alle meetploegen van de brandweer uitgerust met een mobiele e-nose. Uiteindelijk is het doel om ook een ‘early warning systeem’ met e-noses verspreid door het Rijnmondgebied op te zetten.
Om stankoverlast te voorkomen bij weersomstandigheden waarbij stank makkelijker blijft hangen, kan de DCMR stankcodes afgeven voor het Rijnmondgebied. In 2011 gaf de DCMR driemaal een stankcode af. Bedrijven zijn dan op basis van hun vergunning verplicht maatregelen te nemen om de stankoverlast te beperken.
Klik hier voor het volledige
Milieumeldingenverslag 2011