In gesprek met Janus Liebregts
Janus is sinds maart 2011 lid van de OR namens de lijst CNV Publieke zaak. Hij is lid van de commissie Financiën en de commissie Organisatie en informatisering. Janus is 1e medewerker toezicht en handhaving bij de afdeling Gemeenten en MKB.
Ik ben trots op mijn zoon
Ik omschrijf mezelf als een 60-plusser met veel levenservaring. Als Steenbok ben ik een doorzetter, maar heb wel de neiging te veel de diepte in te gaan. Ik lig wel eens wakker van dingen. Dan heb ik de volgende dag minder energie en ben ik uit balans. Mijn perfectionisme zit me soms in de weg. Gelukkig zeggen anderen over mij dat ik een prettig persoon ben op wie je kunt bouwen.
Ik ben er trots op dat ik mijn zoon een goede opvoeding heb gegeven. Dat ik hem heb kunnen laten zien waar het in het leven om draait. We hebben erg leuk contact met elkaar en kunnen soms uren bomen. Dit was ik zelf van huis uit niet gewend.
Mijn ergernis bij de DCMR is de traagheid van de ICT
Ik werk met veel plezier bij de DCMR. Collega’s zien mij en waarderen mij. Ik doe zinvol werk en krijg veel vrijheid. Bij de DCMR krijgen medewerkers veel kansen om zich te ontwikkelen. Het is een enorme luxe dat we binnen ons bureau een cultuurtraject volgen. Het verbeteren van de kwaliteit van het werk staat voorop. Als er de komende vijf jaar iets leuks op mijn pad komt, dan grijp ik dat met beide handen aan. Maar mocht dat niet zo zijn, dan ben ik heel tevreden met wat ik nu doe.
Mijn ergernis bij de DCMR is de traagheid van de ICT. En dan vooral het proces om de boel te vernieuwen. Het verbeterproces mag van mij wel wat meer vaart krijgen.
Ik wil dansen, dansen, dansen
Ik werd door een OR-lid gevraagd om lid te worden van de vakbond. Dat heb ik gedaan - alleen niet voor zijn club. Ik ben CNV-vertegenwoordiger geworden. Ik heb ‘ja’ gezegd, omdat de OR veel goede dingen kan doen voor de DCMR. Ik denk dat ik daar een belangrijke bijdrage aan kan leveren. Ik heb de organisatie inmiddels beter leren kennen en collega’s weten mij te vinden als het om OR-zaken gaat.
Terugkijkend op het afgelopen jaar vind ik dat de OR goed functioneert. Het gaat er bij de OR zeer gestructureerd, professioneel en goed georganiseerd aan toe. Ik ben van mening dat het management het af en toe laat afweten. De kwaliteit van de aangeleverde stukken is niet altijd goed. De relatie met de bestuurder is nu niet optimaal. Een betere verstandhouding zou goed zijn voor beide partijen. Het is daarom belangrijk dat de OR het komende jaar gebruikt om te werken aan een betere relatie. Het is nu vaak duwen en trekken. Ik wil dansen, met elkaar meebewegen.
Betere relatie met de OR
Als ik voor een dag directeur zou mogen zijn, dan zou ik mijn relatie met de OR op orde brengen.
