Toezicht op keten van asbestsanering versnipperd
Het toezicht op de verwijdering en afvoer van asbesthoudend afval is versnipperd. Dat concludeert de DCMR Milieudienst Rijnmond op basis van een pilot-onderzoek bij 700 slooplocaties in het Rijnmondgebied.
Asbest dat vrijkomt bij sloop of renovatie wordt regelrecht afgevoerd naar de stortplaats. Lekvrij en stevig ingepakt. Althans, zo zou het moeten gaan. De DCMR Milieudienst Rijnmond heeft in de tweede helft van 2008 onderzoek gedaan naar het toezicht op de asbestverwijdering. Voor deze administratieve pilot werden 700 bouw- sloop- en renovatieprojecten in het Rijnmondgebied onderzocht.
Schakels in de keten
Bij het verwijderen, vervoeren en storten van asbest zijn vele partijen betrokken. Elke schakel in de keten heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.
- Gemeente - geeft de bouw- en sloopvergunning af en houdt toezicht;
- Aannemer - voert sloop- en opruimwerkzaamheden uit (tot risicoklasse 1);
- Asbestinventarisatiebedrijf - beoordeelt de risicoklasse van het asbest;
- Asbestverwijderingsbedrijf – verwijdering en afvoer asbest risicoklasse 2 en 3;
- Transporteur - vervoert asbest naar de stortplaats;
- Stortplaatsbeheerder;
- Arbeidsinspectie – ontvangt melding van asbestverwijdering van (erkende) asbestsaneerder;
- Landelijk Meldpunt Afvalstoffen - registratie en beheer van meldingen van bedrijfs- en gevaarlijk afval.
Inzage in vergunningen
De DCMR kreeg inzage in alle verleende bouw- en sloopvergunningen. De DCMR legde deze vergunningen naast de meldingen van asbestverwijderingen en transporten die waren binnengekomen bij de Arbeidsinspectie en het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen.
Grote verschillen
Een vergelijking van de gegevensbestanden bracht grote verschillen aan het licht. In 87% van de gevallen klopte de gegevens niet met elkaar. Dat is hoog, vindt Chris Smit, coördinator Handhaving bij de DCMR. Dat hoge percentage kan volgens hem niet alleen worden toegeschreven aan administratieve missers. Hij trekt de conclusie dat het toezicht op de asbestverwijdering versnipperd is. “De betrokken partijen hebben geen goed zicht op de integrale keten.”

Vervolgonderzoek afvalverwijderingsbedrijven
De pilot krijgt een vervolg. In het eerste kwartaal van 2010 start de DCMR een vervolgonderzoek bij alle 20 afvalverwijderingsbedrijven in het Rijnmondgebied. Het onderzoek concentreert zich op de stoffenbalansen en de financiële boekhouding. De DCMR wil hiermee meer inzicht krijgen in de afvalstromen. Op basis daarvan blijkt welke afvalverwerkingsbedrijven hun werk volgens de regels uitvoeren en welke niet. Van elk afvalverwerkingsbedrijf wordt een risicoprofiel gemaakt.“
Regionaal Informatiepunt
Om een beter beeld te krijgen van het vrijkomen en verwijderen van asbest, wil de DCMR een regionale informatiefunctie gaan vervullen. De DCMR verstrekt gemeenten gevraagd en ongevraagd informatie over locaties waar asbestsaneringen worden uitgevoerd. Chris Smit: “Als wij signaleren dat een afvalverwijderingsbedrijf met hoog risicoprofiel ergens aan het saneren is, geven wij dat door aan de gemeente. Desnoods helpt de DCMR bij het toezicht houden.”
Milieudoel Afval
Asbest wordt in 2010 opgenomen in het milieudoel Afval van de DCMR. Dat betekent dat er informatiegestuurd toezicht wordt toegepast. Dus alleen toezicht uitvoeren bij bedrijven die de aandacht vragen.