Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

Luchtfoto Europoortgebied

Emissiemetingen

Emissiemetingen zijn metingen van luchtverontreinigende stoffen bij bedrijven die onder het gezag van de DCMR vallen. Als een bedrijf een vergunning aanvraagt, geeft het daarbij een uitgebreide beschrijving van de werkzaamheden en van de stoffen die daarbij een rol spelen. Ook geeft het bedrijf een schatting op van de uitstoot van stoffen naar de lucht, de emissie.

Aparte eisen
Voor elke stof, of groep van stoffen, bestaan aparte eisen. De meeste van deze eisen zijn geformuleerd in landelijke regelgeving, zoals de Nederlandse Emissierichtlijn (NeR), het Besluit Emissie-eisen Stookinstallaties (Bees), Oplosmiddelenbesluit of Besluit luchtemissies afvalverbranding (Bla). Beschreven wordt dat bepaalde (soorten) installaties en/of processen niet meer dan een bepaalde hoeveelheid van een stof per kubieke meter rookgas mogen uitstoten. In de meeste gevallen worden deze eisen opgenomen in de vergunningen, maar soms is het nodig daarvan af te wijken en worden speciale eisen opgelegd.

Emissierelevante parameters
De emissie-eisen moeten worden gecontroleerd als een installatie in bedrijf is. In veel gevallen zal dat gebeuren door in de rookgassen te meten. In de meeste vergunningen is dan ook een voorschrift opgenomen waarin een bedrijf verplicht wordt eens in de zoveel tijd de emissies te bepalen en daarover aan de DCMR te rapporteren. Het kan voorkomen dat als alternatief zogenoemde emissierelevante parameters worden gebruikt. Dat wil zeggen dat niet precies de gevraagde stoffen worden gemeten, maar afgeleide parameters waarvan bekend is hoe ze met de uitstoot van de betreffende stof(fen) verband houden. De DCMR kijkt of de gerapporteerde emissieconcentraties binnen de vergunde waarden blijven, of er gebruik is gemaakt van de juiste meetmethode, of de bedrijfsomstandigheden representatief waren tijdens het meten en of de gebruikte emissierelevante parameters terecht gebruikt zijn. Het kan ook voorkomen dat de DCMR het nodig vindt een meting uit te voeren om de uitstoot van een installatie te meten.

Uitvoeren van metingen
Als de DCMR een verzoek ontvangt om bij een bedrijf een controlemeting uit te voeren, maakt bureau Lucht daarvoor een meetplan. Hierin worden de metingen uitvoerig beschreven en ook vermeld welke informatie de metingen moeten opleveren. De DCMR maakt bij het uitvoeren van metingen gebruik van de diensten van derden. Om de relevante procescondities te bewaken en te registreren is de DCMR altijd aanwezig wanneer het geselecteerde meetinstituut metingen uitvoert. De DCMR, beoordeelt en verwerkt de meetresultaten tot een rapport. De opdrachtgever kan aan de hand van het rapport actie ondernemen. Een bedrijf moet in een ingeleverd meetrapport niet alleen de resultaten van de uitgevoerde metingen weergeven, maar ook welke meetapparatuur gebruikt is, bij welke procescondities gemeten is, hoe lang en hoe vaak er monsters zijn genomen en welke meet- en analysemethoden zijn toegepast. Deze onderdelen zijn van belang om te kunnen beoordelen of de gerapporteerde emissies een representatief beeld geven van de uitstoot van de betreffende installatie. Aan de hand van al deze gegevens beoordeelt de DCMR de ingediende rapportages.

Beoordelen milieujaarverslagen
Behalve over de uitstoot van afzonderlijke installaties, moeten bedrijven jaarlijks rapporteren over de totale uitstoot van de hele inrichting. Meestal vindt deze opgave plaats in de vorm van een milieujaarverslag. Niet elke installatie van een bedrijf moet elk jaar gemeten worden. Het bepalen van de totale emissie gebeurt vooral aan de hand van berekeningen en schattingen. Wel moet het bedrijf in het milieujaarverslag aangeven hoe de opgegeven cijfers tot stand zijn gekomen, zodat de DCMR kan beoordelen of ze een goed beeld geven van de totale emissie. Jaarlijks wordt een emissie-overzicht opgesteld van bedrijven in het Rijnmondgebied. 

Emissiereducerende technieken
De industrie kan op een aantal manieren emissiereducties realiseren. De meest voor de hand liggende aanpak is het optimaliseren van bestaande processen en het nemen van procesgeïntegreerde maatregelen om de emissiestromen te verlagen. Het is echter steeds moeilijker om via deze werkwijze tot een verdere verlaging van de emissies te komen. Veel processen zijn al zover geoptimaliseerd, dat als een verdere reductie van emissies technisch al mogelijk is, de kosten hiervan per gereduceerde hoeveelheid emissie steeds sterker toenemen. Bij steeds strenger wordende emissie-eisen zal de aandacht dus verschuiven naar het toepassen van nageschakelde emissiereducerende technieken. Ook in het kader van de Europese IPPC-richtlijn, die uitgaat van de best beschikbare technieken, is specifieke kennis van nageschakelde technieken nodig.

NOx en CO2 emissiehandel
De DCMR is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming en de uitvoering van de NOx en CO2 emissiehandel. Bovendien heeft de DCMR goede contacten met de Nederlandse Emissie-autoriteit (Nea), het bevoegd gezag voor de emissiehandel.
Contactpersoon: Rob van Doorn, telefoon 010 2468 239

 
top van de pagina