
Wat meet de DCMR?
De DCMR meet verschillende stoffen in de buitenlucht. De keuze voor deze stoffen is met name afhankelijk van het feit of er normen zijn vastgesteld voor deze stoffen. Het is dan ook mogelijk dat bij een incident stoffen vrijkomen, die niet gemeten worden. In die gevallen verricht de uitrukdienst van de DCMR handmatig metingen. Hieronder worden van de belangrijkste stoffen de bronnen en de gezondheidseffecten vermeld. Als u meer informatie wilt over een bepaalde stof, klik dan op de naam van de stof.
Zwaveldioxide (SO2)
Zwaveldioxide komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De raffinaderijen en de elektriciteitscentrales vormen de belangrijkste bronnen van SO2. Bij te hoge concentraties ontstaan ademhalingsproblemen. SO2 is geen probleem meer in de regio.
Stikstofoxiden (NOx)
Stikstofoxiden is de verzamelnaam voor stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). NO2 wordt gevormd uit NO door reacties in de lucht, bijvoorbeeld met ozon. De belangrijkste bronnen zijn: het wegverkeer, elektriciteitscentrales en raffinaderijen. Hoge concentraties van stikstofdioxide leiden tot ademhalingsproblemen. NO2 is een beperkt, doch hardnekkig probleem.
Ozon (O3)
O3 wordt gevormd uit een mix van stoffen zoals NOx en vluchtige organische stoffen. Zonlicht en hoge temperaturen versnellen dit proces. Om deze reden wordt dit proces ook wel fotochemische verontreiniging en smog genoemd. De gezondheidseffecten bij te hoge concentraties ozon zijn: prikkelhoest, hoofdpijn, duizeligheid, pijn op de borst en benauwdheid.
Fijn stof (PM10)
Fijn stof is een verzamelnaam voor inhaleerbare, niet-gasvormige deeltjes met een diameter kleiner dan tien micrometer (0,01 millimeter). De chemische samenstelling is afhankelijk van de bronnen. PM10 wordt direct (primair aërosol) in de lucht uitgeworpen maar wordt ook gevormd uit SO2, NOx en ammoniak (secundair aërosol). De belangrijkste bronnen van PM10 zijn de raffinaderijen, op- en overslag en wegverkeer. PM10 kan tot ver in de longen doordringen en longschade aanrichten. PM10 is een moeilijk te bestrijden probleem.
Benzeen en Tolueen
Benzeen en Tolueen stoffen vallen onder de verzamelnaam organische stoffen (VOS). VOS is een groep verbindingen die in gasvormige toestand voorkomen in de buitenlucht. De twee belangrijkste bronnen zijn raffinaderijen en het verkeer. Onder de VOS is een aantal kankerverwekkende verbindingen zoals benzeen. Benzeenconcentraties zijn geen probleem meer, maar VOS speelt indirect nog wel een rol bij smog.
Bovengenoemde stoffen worden gemeten binnen het automatische luchtmeetnet. Binnen dit meetnet worden ook de componenten Koolstofmonoxide (CO), Zwarte rook (ZR) en PM2.5 gemeten.

Binnen het niet automatische meetnet en PIMM-meetnet worden componenten gemeten waarvoor een analyse in een laboratorium noodzakelijk is. Het gaat hierbij om zware metalen, fluoride en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Ook wordt op een zestal locaties regenwater opgevangen. Dit regenwater wordt vervolgens geanalyseerd in het laboratorium op 21 verschillende stoffen.