Zware metalen
De groep zware metalen bestaat uit acht belangrijke elementen. Het gaat om: arseen, cadmium, chroom, kwik, lood, koper, nikkel en zink. In het meetnet worden alleen de concentraties lood, cadmium en ijzer gemeten. De meeste zware metalen komen van nature voor in de bodem, maar ook door menselijke activiteit worden zware metalen in het milieu gebracht. Verkeer en vervoer en de energiesector dragen het meeste bij aan de emissie van zware metalen naar lucht.
Bronnen
Afgezien van de wat oudere glasfabrieken, zijn er zijn geen directe (punt)bronnen meer met hoge emissies. De bronnen van loodemissies zijn momenteel voornamelijk diffuus. Lood komt nu vooral in het leefmilieu door uitspoeling van metaal toegepast als bouw- en constructiemateriaal, zoals (dak)goten en oude waterleidingen. Er is vrijwel geen directe uitstoot naar de lucht. Cadmium komt vrij bij industriële activiteiten zoals het verbranden van afval en bij processen als lassen in metaalbedrijven zoals scheepswerven.


Wet milieubeheer
De zware metalen worden in het Rijnmondgebied op zes meetpunten gemeten. De meetpunten zijn zo verspreid over de regio dat er een gemiddeld beeld kan worden verkregen van de heersende concentraties. In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor nikkel en richtwaarden voor arseen, nikkel, lood en cadmium.
Tabel: Grens- en richtwaarden zware metalen in ng/m3.
| Metaal | Concentratie | Opmerking |
|---|---|---|
| Arseen | 6 | Richtwaarde o.b.v. jaargemiddelde |
| Nikkel | 20 | Richtwaarde o.b.v. jaargemiddelde |
| Lood | 500 | Grenswaarde o.b.v. jaargemiddelde |
| Cadmium | 5 | Richtwaarde o.b.v. jaargemiddelde |
Meetresultaten
Zowel de grenswaarde voor lood als de richtwaarden voor arseen, nikkel en cadmium zijn in 2010 niet overschreden. Alle componenten laten sinds het begin van de metingen een dalende trend zien.
