
Stankcode en waarschuwingscodes
Luchtverontreiniging ontstaat vooral door industrie en verkeer. De weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de sterkte van de verontreiniging.
Wanneer er bijvoorbeeld gedurende een lange periode weinig wind staat, kan de luchtverontreiniging zich in de onderste luchtlagen opbouwen.
Dit kan zowel in de zomer als in de winter gebeuren.
Om te voorkomen dat deze situatie optreedt, kan de DCMR een waarschuwingscode uitgeven. Bedrijven zijn dan op basis van hun vergunning verplicht maatregelen te nemen. Dit codesysteem geldt voornamelijk voor de grote industrie: de petrochemische bedrijven van Pernis, Botlek, Europoort en Maasvlakte.
De DCMR heeft geen bevoegdheden voor beperking van het autoverkeer en het gebruik van particuliere stookinstallaties. Ook geeft de DCMR geen gedragsadviezen voor de bevolking.
Stankcode
De laatste vijf jaar zijn uitsluitend waarschuwingscodes voor stank uitgegeven. Zo'n stankcode wordt gemiddeld zes keer per jaar uitgegeven en duurt gemiddeld drie dagen.
Bedrijven waarvoor een waarschuwingscode kan gelden:
- Raffinaderijen
- Chemische industrie
- Grote op- en overslagbedrijven
- Grote afvalstoffenbedrijven
- Energiecentrales
- Kleinere bedrijven met specifieke activiteiten die de lucht verontreinigen
- Stank
- Reactieve koolwaterstoffen
- Zwaveldioxide/fijn stof
- Code voor stank en reactieve koolwaterstoffen: meteorologische omstandigheden, klachtenpatroon en waarnemingen door milieucontroleurs; bij reactieve koolwaterstoffen ook de ozonconcentraties
- Code voor zwaveldioxide en fijn stof: vooraf vastgestelde meetwaarden van de meetnetten van de DCMR en het RIVM worden overschreden
- Rijnmond-west : ten westen van de Calandbrug (Europoort en Maasvlakte)
- Rijnmond-oost : ten oosten van de Calandbrug (Pernis en Botlekgebied)
- Gehele Rijnmondgebied
Maatregelen bij waarschuwingscodes:
| Code 1 | Voorwaarschuwing | Opgave van actuele verladingen van stinkende producten | Opgave van actuele verladingen van reactieve koolwaterstoffen | Opgave van actuele emissies van bedrijven |
| Code 2 | Nemen van maatregelen | Starten, stoppen en schoonmaken van installaties beperken; verladen van stinkende producten reduceren met minimaal 50% ten opzichte van de situatie bij code 1 | Verlading van reactieve koolwaterstoffen reduceren met minimaal 50% ten opzichte van de situatie bij code 1; decoken en roetblazen van fornuizen wordt uitgesteld | Reductie emissie met 20% of tot bodememissie; decoken en roetblazen van fornuizen wordt uitgesteld |
| Code 3 | Nemen van extra maatregelen | Als bij code2, echter reductie van minimaal 75%; enkele installaties buiten bedrijf | Als bij code 2, echter reductie van minimaal 75% | Reductie emissie met 40% of tot bodememissie; decoken en roetblazen van fornuizen wordt uitgesteld |
| Code 4 | Advies aan Commissaris der Koningin tot nemen van verdergaande maatregelen | |||
| Code 5 | Geen code van kracht |