Inspraak omgevingsvergunning bij een uitgebreide procedure
Nadat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend, wordt er hard gewerkt om zo snel mogelijk op de aanvraag te beslissen. Daarvoor kent de wet twee procedures, de reguliere en de uitgebreide procedure. Hier leest u meer over de uitgebreide procedure. Voor een aantal bedrijven in het Rijnmondgebied verzorgt de DCMR de procedure namens de provincie. Voor andere bedrijven verzorgt de gemeente de procedure.
Voor bedrijven waarbij de provincie beslist
Nadat de aanvraag is ingediend, wordt ervoor gezorgd dat de ontwerpvergunning zo snel mogelijk klaar is. De omgeving wordt op de hoogte gesteld van de aanvraag en de ontwerpvergunning door een advertentie in het plaatselijke huis-aan-huisblad. Iedereen mag vervolgens het ontwerp van een vergunning inzien, bij de gemeente of de DCMR.
Indienen zienswijzen voor bedrijven waarbij de provincie beslist
Het kan zijn dat de aanvrager, omwonenden of andere betrokkenen het niet eens zijn met een aanvraag of ontwerpvergunning. Iedereen kan vragen of opmerkingen, in de vorm van zogenaamde “zienswijzen”, binnen zes weken na publicatie indienen bij de DCMR of bij de gemeente. Dit kan mondeling of schriftelijk gebeuren. In de betreffende advertentie staat altijd vermeld bij wie en hoe zienswijzen kunnen worden ingediend. De DCMR verzamelt de zienswijzen, beoordeelt ze en verwerkt ze in de definitieve vergunning.
Instellen beroep bij vergunningen bedrijven waarbij de provincie beslist
Vervolgens wordt de definitieve vergunning gepubliceerd in het plaatselijke huis-aan-huisblad en op de website van de DCMR. Ook de definitieve vergunning ligt gedurende zes weken ter inzage bij de gemeente en de DCMR. Van alle partijen die het dan nog niet eens zijn met de vergunning, kunnen alleen “belanghebbende partijen” in deze periode in beroep gaan bij de Rechtbank. Een belanghebbende is “iemand wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. Er zijn wel kosten verbonden aan het indienen van beroep.
Vragen om voorlopige voorziening bij vergunningen bedrijven waarbij de provincie beslist
Op het moment dat de vergunning van kracht is, mag een bedrijf aan de slag met de vergunning. In de regel is dit nadat de definitieve vergunning zes weken ter inzage heeft gelegen. Als u beroep heeft ingesteld en niet wilt dat de aanvrager, in afwachting van de behandeling van het beroep alvast aan de slag gaat, moet u bij de Rechtbank verzoek om een zogenaamde “voorlopige voorziening” doen. Als u dit heeft gedaan, is de uitspraak van de Rechtbank bepalend voor het tijdstip van het van kracht worden van de vergunning.
Hoger beroep bij vergunningen bedrijven waarbij de provincie beslist
Als iemand het niet eens is met de uitspraak van de Rechtbank, kan er hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Ook hieraan zijn kosten verbonden.
.