Historie en terreingebruik bodemonderzoek
Het is niet eenvoudig om in de bodem te kijken. Om bodemonderzoek betaalbaar te houden is het verstandig (en in normen voorgeschreven) om alle gegevens die al over een terrein beschikbaar zijn ook te gebruiken in het onderzoek.
Als bijvoorbeeld bekend is dat op een terrein in het verleden een benzinestation gevestigd was, dan is er een kans groot dat de bodem verontreinigd is met benzine. Als nog bekend is waar de ondergrondse tanks lagen en waar de pompen stonden, dan kan heel gericht worden onderzocht of het tankstation de bodem heeft verontreinigd. In oude en nieuwe milieuvergunningen is vaak aangegeven waar de activiteiten precies plaatsvonden. Historische informatie is deels beschikbaar bij de gemeenten en de milieuvergunningen kunnen worden ingezien bij de DCMR Milieudienst Rijnmond.
Het is niet altijd mogelijk om na te gaan welk bedrijf of activiteit een verontreiniging heeft veroorzaakt. Bijvoorbeeld als het gebied in een oude stadswijk ligt. Een verontreiniging die niet aan een enkel bedrijf of activiteit kan worden gerelateerd, wordt een ‘diffuse bodemverontreiniging’ genoemd.
Door de overheid is de laatste jaren voor het hele Rijnmondgebied uitgezocht op welke terreinen in het verleden bedrijfsactiviteiten zijn geweest. Hierover is informatie in gemeentelijke en provinciale (DCMR) archieven aanwezig, waarmee verdachte locaties op een terrein kunnen worden aangewezen. De bodemkwaliteitskaart geeft daarnaast een beeld van de diffuse bodemverontreiniging in de wijken. Kijk voor meer informatie op de pagina Bodeminformatie.