Ga direct naar: Hoofdmenu

Ga direct naar: Submenu

Ga direct naar: Inhoud

Ga direct naar: Zoeken

Ga direct naar: Gerelateerde items

Ga direct naar: Meta navigatie

Toetsen bodemonderzoek

De DCMR Milieudienst Rijnmond toetst uitkomsten van bodemonderzoek aan de landelijke normen (streef- en interventiewaarden bodemsanering) en aan lokaal en regionaal beleid (het Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid ). Als er meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater verontreinigd zijn boven de interventiewaarden, dan is er sprake van een ‘ernstig geval’ waarover de gemeente of provincie een beschikking moet afgeven. Het is dan lang niet altijd nodig om de hele verontreiniging af te graven. Dat hangt af van de wens van de terreineigenaar en de inrichting en het gebruik van het terrein.

Uitgangspunt is dat er na sanering geen risico’s zijn voor mens en ecosysteem en dat de verontreiniging zich niet verspreid. Maar de terreineigenaar kan er voor kiezen om het terrein helemaal schoon te maken om in de toekomst nooit meer met de verontreiniging te maken te krijgen.

In januari 2006 zijn de regels enigszins veranderd, waardoor niet meer gesproken wordt van saneringsurgentie maar van inpassing van de sanering bij de dynamiek van het terrein (circulaire bodemsanering). Dit betekent dat alleen bij zeer risico-volle situaties een spoedeisende sanering wordt voorgeschreven. In alle andere gevallen zorgt de eigenaar zorgt er zelf voor dat geen gevaarlijke situaties ontstaan en voert de sanering uit op een moment dat dit aansluit bij andere plannen.

 
top van de pagina