DCMR Milieudienst RijnmondMenuNaar de tekstMenu sluiten

Dossier Vopak Europoort

Dossier Rotterdam

Overlast

Op 29 september 2017 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een last onder dwangsom opgelegd aan Vopak Terminal Europoort B.V. Deze last onder dwangsom is opgelegd omdat het bedrijf in 2017 meerdere malen geuroverlast heeft veroorzaakt. Mocht het bedrijf onverhoopt weer geuroverlast veroorzaken, verbeurt het een dwangsom. Vopak Europoort is het niet eens met het genomen besluit en heeft bezwaar ingediend tegen de opgelegde dwangsombeschikking. De bezwaren zijn ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit is in stand gebleven. Vopak heeft inmiddels bij de rechtbank Den Haag beroep ingesteld tegen deze beslissing.

Vopak Europoort bezorgde inwoners van de regio Rijnmond veel geuroverlast in 2013-2014. Hoe kwam dat en wat heeft het bedrijf en de DCMR eraan gedaan om de overlast terug te dringen? U vindt hier een uitleg over de situatie bij het bedrijf.

Vopak Europoort

Het Nederlandse bedrijf Vopak Europoort is gespecialiseerd in de opslag en overslag van vloeibare olieproducten. De provincie is bevoegd gezag, het betreft een Brzo-bedrijf. Voor dergelijke risicovolle bedrijven zijn speciale richtlijnen gegeven in het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo).

Waarom stonk Vopak Europoort in 2013-2014 zo?

De stankoverlast werd veroorzaakt door het laden en lossen van stookolieschepen (zowel zeevaart- als binnenvaartschepen) en het mengen van verschillende partijen olie in stookolietanks. Bij windstil weer kan geur zich minder goed mengen met de lucht waardoor de kans op klachten groter is. Ook windrichting, de beladingssnelheid, de hoeveelheid schepen die stookolie verladen en de hoeveelheid en de soort stookolie die wordt verladen, kunnen van invloed zijn op de kans op overlast. Overigens was niet alle geur in de regio afkomstig van Vopak.

Wat heeft het bedrijf toen gedaan om de overlast te verminderen?

In 2013 is er 422 keer een klacht gemeld bij de DCMR door een inwoner uit de regio Rijnmond. In 2014 zijn er tot en met augustus nog rond de 20 klachten bij de DCMR gemeld. In 2014 zijn structurele maatregelen genomen waarmee de geurproblematiek voor de lange termijn is aangepakt. Deze maatregelen zijn onder andere het plaatsen van meerdere geurverwerkers. 
In 2015 is 14 keer een stankklacht gemeld bij de meldkamer. In 2016 is tot nu toe op twee dagen geuroverlast geweest:  op 5 maart 2016 12 klachten en op 13 april 6. In 2017 is meerdere malen geuroverlast geweest.

Hoe treedt de DCMR op tegen deze overlast?

Bedrijven dienen zich te houden aan de voorschriften die de DCMR vastlegt in de vergunning. Als een bedrijf een overtreding maakt, dwingt de DCMR naleving van de regels af door middel van handhaving. Zo is bij Vopak Europoort in 2013 een dwangsom opgelegd. En in september 2017 dus weer.

Dwangsom

Op 26 februari 2013 is aan Vopak Europoort een last onder dwangsom opgelegd in verband met geuroverlast. De hoogte van de opgelegde dwangsom bedroeg totaal € 550.000, verdeeld over 13 invorderingen. Vopak moest een dwangsom betalen als de DCMR het volgende constateerde:

  • er zijn binnen 8 aaneengesloten uren 5 of meer klachten van verschillende adressen bij de DCMR meldkamer binnengekomen;
  • uit onderzoek van de meldkamer blijkt dat Vopak de bron is van deze klachten.

 Deze dwangsom is niet ingevorderd. De dwangsom is inmiddels ingetrokken.

Op 29 september 2017 is aan Vopak Europoort een last onder dwangsom opgelegd omdat het bedrijf in 2017 meerdere malen geuroverlast heeft veroorzaakt. Mocht het bedrijf onverhoopt weer geuroverlast veroorzaken, verbeurt het een dwangsom. Vopak Europoort is het niet eens met het genomen besluit en heeft bezwaar ingediend tegen de opgelegde dwangsombeschikking. De bezwaren zijn ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit is in stand gebleven. Vopak heeft inmiddels bij de rechtbank Den Haag beroep ingesteld tegen deze beslissing.

Nafta verdampt uit opslagtank

Op 4 augustus 2014 heeft Vopak Europoort een melding bij de DCMR gedaan naar aanleiding van het vrijkomen van nafta. De bedrijven hebben zelf maatregelen genomen om de verdamping te stoppen. Koch heeft in overleg met de DCMR de productie gestaakt.

De nafta wordt geproduceerd door Koch. Koch heeft een raffinaderij op het terrein van Vopak Europoort en slaat producten op in tanks van Vopak Europoort. De provincie Zuid-Holland is ook voor Koch bevoegd gezag.

Voorval

In een periode van 3 dagen is ongeveer 100 ton nafta vrijgekomen. Het eerste onderzoek wees uit dat er een zeer gering brand- en explosiegevaar is geweest. De ontsnapping heeft niet geleid tot mogelijke gezondheidsrisico’s buiten de tankput op het Vopak-terrein of in bewoonde gebieden.

De productie van Koch is na het incident in eerste instantie alleen hervat voor het deel van de raffinaderij dat op een veilige manier binnen de normen van de vergunning nafta kon produceren. De productie van het product dat bijdroeg aan het incident, de zogenaamde light nafta, werd gestopt tot het voorval compleet was geanalyseerd en de noodzakelijke aanpassingen in de procesvoering waren gemaakt die een veilige operatie borgen. Inmiddels is de productie hervat.

Handhaving

Volgens de daarvoor geldende procedure heeft de DCMR Vopak Europoort opgedragen een onderzoek te doen naar oorzaak en gevolgen van het voorval. De DCMR heeft het voorval gemeld bij de verschillende inspectiepartners zoals de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, de Inspectie SZW en het Openbaar Ministerie.

Vopak Europoort heeft een veiligheidsstudie uitgevoerd. In de studie moet het bedrijf een scenario met bijbehorende maatregelen in kaart brengen waardoor  een dergelijk incident niet meer kan gebeuren. De DCMR heeft de veiligheidsstudie beoordeeld en goed bevonden. De uit de studie volgende noodzakelijke maatregelen om een dergelijk incident te voorkomen zijn getroffen. De DCMR heeft meerdere malen gecontroleerd of deze maatregelen zijn doorgevoerd. Dit was het geval.

Op 16 juni 2015 zijn naar aanleiding van het incident aan Vopak Europoort  lasten onder dwangsom opgelegd. De hoogte van de opgelegde dwangsommen is maximaal € 150.000. Vopak Europoort moet een dwangsom betalen als de DCMR het volgende constateert:

  • er worden stoffen opgeslagen in strijd met de verleende vergunning;
  • niet alle maatregelen uit de veiligheidsstudie zijn blijvend geïmplementeerd.

De vernieuwde werkwijze wordt vastgelegd in de vergunningen van Vopak Europoort en Koch.

Op 30 juni 2016 heeft de DCMR de beschikking voor de dwangsom ingetrokken. Er zijn in de periode daarvoor geen overtredingen op de beschikking geconstateerd. De dwangsom is niet geïnd.