DCMR Milieudienst RijnmondMenuNaar de tekstMenu sluiten

Bestuurlijke afwegingsruimte binnen de Omgevingswet

Nieuwsbericht Nederland

Onder de Omgevingswet ontstaat voor overheden meer ruimte om eigen afwegingen te maken over activiteiten in de leefomgeving. De kwaliteit die zij aanvaardbaar vinden, vertalen zij door naar soepele of strenge normen. Deze bestuurlijke afwegingsruimte is een winst voor iedere gemeente maar ook een uitdaging. Want welke bandbreedtes zijn er en hoe vertaal je deze naar het Omgevingsplan? We zetten alle regels op milieugebied op een rij.

Het eerder geïntroduceerde mengpaneel geeft voor geluid, trilling, geur en bodem ruimte aan gemeenten om binnen bandbreedtes met grenswaarden te variëren. Voor lucht en externe veiligheid gelden standaardwaarden waar minimaal aan voldaan moet worden. Naast deze aspecten van de fysieke leefomgeving die in instructieregels zijn geregeld, bestaat er ‘vrije regelruimte’ voor gemeenten. Zo zouden zij bijvoorbeeld een lichtnorm kunnen introduceren. In de vrije regelruimte zijn zij volledig vrij om regels te stellen.

Algemene regels

Voor sommige activiteiten gelden onder de Omgevingswet geen algemene rijksregels meer. Het gaat dan om activiteiten waarvoor de lokale situatie bepalend is. Zoals horeca, sportfaciliteiten, detailhandel, bouwmarkten, onderwijs- en kantoorgebouwen en dierenpensions. Het is aan elke gemeente om aan deze activiteiten wel of geen regels te stellen binnen de daarvoor mogelijk geldende instructieregels. Ook voor bouwwerken regelt het Rijk niet langer hinderaspecten. Waar het Rijk wel algemene regels stelt, komen er ruime mogelijkheden voor gemeenten om die te verbijzonderen als de lokale omstandigheden daarom vragen. Dat noemen we maatwerkregels.

Maatwerkregels

Een gemeente kan hogere eisen stellen aan standaardwaarden op het gebied van energiebesparing voor nieuwe gebouwen. Met deze maatwerkregels kan zij een impuls geven aan duurzaam materiaal- of energieverbruik. Deze ruimte wordt begrensd door Europese verplichtingen.

Instructieregels

Ook binnen de instructieregels die het Rijk meegeeft aan gemeenten om besluiten te nemen, komt meer ruimte. Voor geluid van bedrijven kunnen gemeenten binnen een bandbreedte eigen normen stellen. En voor bestaande regels waarvoor gemeenten voorheen eerst bij de minister om toestemming moesten vragen voordat die toegepast mocht worden, kunnen gemeenten straks zelf beslissen.

Lokale omgevingswaarden

Tot zover de regels. Hoe zit het met het stellen van lokale omgevingswaarden? Decentrale overheden mogen keuzes op maat maken die, gelet op de aard van het gebied, het meest passend zijn. Er is een standaardwaarde voor geluid, trilling, geur en bodem. Deze waarden zijn aanvaardbaar voor het gehele land. Maar gemeenten kunnen variëren – dat wil zeggen strenger zijn, of minder streng zijn dan de standaard. Voor lucht en externe veiligheid geldt daarentegen een minimale norm: de standaardwaarde. Gemeenten mogen strengere waarden aanhouden. Naast deze aspecten van de fysieke leefomgeving die in (kwantitatieve) instructieregels zijn geregeld, bestaat er ‘vrije regelruimte’ voor gemeenten. Zo zouden gemeenten bijvoorbeeld een lichtnorm kunnen introduceren. In de vrije regelruimte zijn gemeenten volledig vrij om regels te stellen. Provincies hadden al een vergelijkbare bevoegdheid op grond van de Wet milieubeheer. De aanvullende omgevingswaarden kunnen alleen strenger worden gesteld. Dit past bij de insteek van de Europese richtlijnen om te streven naar een permanente verbetering. De richtlijnen staan niet toe dat een soepelere norm wordt gekozen.

Bodemkwaliteit wordt geregeld in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving én in de Aanvullingswet bodem, die opgaat in de Omgevingswet. Exacte waarden zijn nog niet vastgesteld. Deze volgen nog. Bekend is al wel dat er een systeem komt waarbij gemeenten (per functie) eigen bodemwaarden mogen bepalen en vastleggen in het omgevingsplan. Ook hier is dus sprake van meer bestuurlijke afwegingsruimte.

Omgevingswaarden zijn alleen gericht tot gemeenten die deze opstellen, niet tot burgers en bedrijven. Een omgevingswaarde schept twee verplichtingen voor gemeenten: de plicht tot monitoren en de plicht tot het opstellen van een programma met maatregelen als sprake is van een dreigende overschrijding. De systematiek voor waterkwaliteit heeft model gestaan voor dit systeem van omgevingswaarden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving regelt helder wie in geval van een dreigende overschrijding een programma moet opstellen.

Meer informatie

Het overzicht van de oude en nieuwe situatie hebben we weergegeven in een factsheet over de bestuurlijke afwegingsruimte binnen de Omgevingswet.