DCMR Milieudienst RijnmondMenuNaar de tekstMenu sluiten
Milieumelding? Bel 0888 333 555

Wat zit er eigenlijk in de lucht?

Nieuwsbericht Provincie Zuid-Holland

Sinds 1969 meten we allerlei stoffen in de lucht. In dit jubileumjaar blikken we terug en kijken we vooruit. Deel 1: de jaren 60.

In de jaren zestig maken vooral wetenschappers zich zorgen om de luchtkwaliteit. De eerste metingen worden weliswaar gedaan, maar het onderwerp staat nog niet breed in de belangstelling.

In 1964 richt een groepje intellectuelen de eerste actiegroep op in Vlaardingen: Vereniging Tegen Luchtverontreiniging in en om het Nieuwe Waterweggebied. Een deel van de leden is werkzaam bij Unilever. Ze sturen keurige, informatieve brieven aan politici en de industrie om hun zorgen te uiten over de slechte lucht. De aandacht voor luchtkwaliteit komt laat vergeleken met die voor water. Al in 1888 doet het waterbedrijf onderzoek naar het zoutgehalte in de Rijn bij Lobith, en in de jaren vijftig meet Rijkswaterstaat zware metalen. Maar pas in de jaren zestig doet de Keuringdienst van Waren aarzelende pogingen om de luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied te meten. Op 28 punten meet de dienst zwaveldioxide, zwarte rook en lood. Het werk is erg arbeidsintensief: elke dag worden de monsteropnamen opgehaald uit het veld en in het laboratorium geanalyseerd. Naast dit meetnet richt het Openbaar Lichaam Rijnmond in 1969 een waarschuwingsmeetnet op. Zodra de concentratie boven de afgesproken waarde komt, wordt de industrie gevraagd maatregelen te treffen die de uitstoot verminderen, bijvoorbeeld door over te stappen op zwavelarme olie in de verbrandingsprocessen. [tekst loopt door onder de foto]

Een van de eerste luchtmetingen
 


De aandacht in de media ontstaat mede door wat er over de grens gebeurt. Engeland en de Verenigde Staten lopen voorop: daar staat de luchtkwaliteit als eerste op de agenda. De media in die landen schrijven erover, en dat komt Nederlandse journalisten onder ogen. In Engeland wordt vanaf 1961 de luchtkwaliteit in het gehele land gemeten. De aanleiding daarvoor was de smog die de sterfte in 1952 met een factor vijf omhoog dreef. In Los Angeles is in 1955 al een meetnet opgetuigd om ozon te meten vanwege het groeiende verkeer. In Nederland is het de intellectuele voorhoede die het onderwerp in deze periode oppikt. Lucas Reijnders, in de jaren zestig nog student biochemie, schrijft over luchtkwaliteit in Vrij Nederland en journalist Vlok de Ruijter bijt zich vast in het onderwerp voor het Handelsblad. Het onderwerp ontwikkelt zich langzaam tot een bestuurlijk thema.

Volgende maand: de jaren 70, het stinkt in de Rijnmond.

Bron: het magazine De lucht van morgen (2009)
Foto: een van de eerste veldmetingen