DCMR Milieudienst RijnmondMenuNaar de tekstMenu sluiten
Milieumelding? Bel 0888 333 555

Het stinkt in de Rijnmond

Nieuwsbericht Provincie Zuid-Holland

Laatst gewijzigd

Sinds 1969 meten we allerlei stoffen in de lucht. In dit jubileumjaar blikken we terug en kijken we vooruit. Deel 2: de jaren 70.

In 1970 roept het Openbaar Lichaam Rijnmond de smognoodtoestand uit, en kinderen in Vlaardingen worden van school naar huis gestuurd vanwege ‘de bedorven atmosfeer’. De lucht is troebel van de smog en het stinkt in de Rijnmond. Omwonenden voelen zich niet langer veilig en realiseren zich dat ze omringd zijn door ‘gevaarlijke bedrijven’. Door de luchtvervuiling krijgen kinderen last van hoofd- en keelpijn en tranende ogen. Omwonenden organiseren zich in milieugroepen en eisen maatregelen. Er ontstaat een ware volksbeweging met brede aanhang. Het Centraal Aktiekomitee Rijnmond (CAR) speelt daarin een belangrijke rol. Medeoprichter Remi Poppe bindt met werknemers de strijd aan tegen een ongezond werk- en leefklimaat. Zo komt het onderwerp luchtvervuiling op de politieke agenda en twee jaar later wordt de Rijnmond uitgeroepen tot saneringsgebied. Hoewel Nederland met het landelijke RIVM-meetnet voldoet aan de eisen die de wet stelt, spreken nationale en regionale overheden af het meetnet te verdichten in complexe gebieden als de Rijnmond. In 1972 wordt de DCMR Milieudienst Rijnmond opgericht, en in 1974 wordt ook het waarschuwingsmeetnet deel van de milieudienst. De milieudienst ontstaat vanuit het OLR, een gewestelijk bestuur dat in 1965 is opgericht. De hoofdtaak van de DCMR is vergunningverlening en handhaving, maar de dienst houdt zich ook bezig met metingen van luchtverontreiniging zowel aan schoorstenen als in de buitenlucht. Dit doet de dienst in opdracht van provincie en gemeenten. De provincie Zuid-Holland ontwikkelt het beleid en financiert het grootste deel van het meetnet.

Pionieren met apparatuur

In deze beginjaren wordt zwaveldioxidemeetapparatuur gebruikt als indicator voor de industriële lucht-vervuiling, de zogenoemde snuffelpalen. Daar liggen vooral praktische overwegingen aan ten grondslag: deze stof komt bij elke verbranding vrij en het is simpelweg mogelijk om deze stof te meten, doordat Philips hiervoor een apparaat heeft ontwikkeld. Het vakgebied luchtkwaliteit is in opkomst, en er wordt volop gepionierd. De DCMR ontwikkelt in eigen beheer apparatuur om stof te meten, een soort grote stofzuigers om zware metalen op te vangen en te analyseren. Ook wordt er een apparaat ontwikkeld om de zwartheid van de lucht te meten. ‘Zwarte rook’ is een oude maat voor luchtverontreiniging die recent weer actueel is geworden.
 
De status van ‘saneringsgebied’ werpt na enkele jaren zijn vruchten af in de Rijnmond: de luchtkwaliteit verbetert. Bedrijven zijn verplicht om aan bepaalde normen te voldoen en specifieke maatregelen te nemen. Regelmatig moeten ze de uitstoot beperken als de meldkamer van de DCMR de alarmfase uitroept. Ook moeten bewoners dan hun auto’s laten staan. Het plan om een tweede hoogoven te bouwen op de Maasvlakte geeft enorm veel commotie en mede dankzij het protest van het Aktiekomitee gaat dat niet door.
 
Volgende maand: de jaren 80, luchtvervuiling is een breder milieuprobleem

Bron: het magazine De lucht van morgen (2009)
Foto: snuffelpaal