DCMR Milieudienst RijnmondMenuNaar de tekstMenu sluiten
Milieumelding? Bel 0888 333 555

Luchtvervuiling is een breder probleem

Nieuwsbericht Provincie Zuid-Holland

Laatst gewijzigd

Sinds 1969 meten we allerlei stoffen in de lucht. In dit jubileumjaar blikken we terug en kijken we vooruit. Deel 3: de jaren 80.

Naarmate de overheid meer behoefte krijgt aan kennis en advies over luchtkwaliteit, verandert het meetnet in de Rijnmond. De DCMR gaat meer en specifieker meten. Door verbeterde productieprocessen stoot de industrie minder zwavel uit, maar het is duidelijk dat er nog veel andere stoffen in de lucht zitten. Was in de jaren zeventig het devies ‘bouw vooral hoge fabriekspijpen’, in de jaren tachtig blijkt dat dit het probleem alleen maar verplaatst. Zo verzuren de Scandinavische meren door lozingen van Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Het is duidelijk: er zal minder de pijp uit moeten.

Betrouwbaarder en specifieker

De overheid maakt zich zorgen: wat zit er (nog meer) in de lucht? Hoe schadelijk is dat voor de volksgezondheid? Luchtkwaliteit staat als vakgebied internationaal inmiddels flink in de belangstelling, en in de EEG wordt na vier jaar onderhandelen een richtlijn van kracht voor luchtkwaliteitsnormen SO2 en zwevende deeltjes. In 1982 volgt de richtlijn voor lood en in 1985 voor stikstofdioxide.

In de Rijnmond ontwikkelt de DCMR een multicomponentenmeetnet, en meet dan ook koolmonoxide, ozon, vluchtige organische stoffen en stikstofdioxide. Het meetnet is het meest uitgebreid in 1983. Drie jaar later gaat de DCMR over op elektronische meetapparatuur en schrijft het de zogenoemde natte apparatuur (dagmeters) in het veld af. De nieuwe apparatuur is betrouwbaarder en specifieker. Het aantal meetpunten vermindert tot 21, bovendien worden de punten verplaatst naar locaties boven en onder de Nieuwe Waterweg, waar de industrie zich naartoe heeft verplaatst. Het vinden van de juiste meetpunten is een uitdaging, want deze moeten op het grensgebied liggen tussen de industrie en de woonwijken. Via de meetpunten onderzoekt de DCMR koolwaterstoffen, benzeen en smogveroorzakers.
 
Opvallend is dat de DCMR vaak aan de scherpste kant van de bandbreedte van de grenswaarden gaat zitten, bijvoorbeeld bij die voor stank — het meest herkenbare probleem in de Rijnmond. Zo zoekt de dienst de vrijheid op om zijn ambities waar te kunnen maken, namelijk het verhogen van veiligheid en milieukwaliteit in een innovatief en competitief havenindustriegebied. Onder die druk komen veel convenanten en maatregelen tot stand, zodat de uitstoot en de overlast flink verminderen. Multinationals blijken zich ondanks deze strengere regels toch graag te vestigen in het gebied: ze weten precies waar ze aan toe zijn.

Geen saneringsgebied meer

De industrie in de regio wil niet langer saneringsgebied zijn, want ‘we zijn al zo ver met de luchtkwaliteit’. De motivatie van inwoners van de regio om de auto te laten staan tijdens een alarmfase neemt bovendien af. In 1988 is de regio geen saneringsgebied meer. Luchtkwaliteit wordt in die jaren meer en meer gezien als een milieuprobleem, en niet meer primair als een gezondheidsprobleem. Zeker als in Duitsland grote delen bos aangetast blijken te zijn door zure regen, en men ontdekt dat veel bosvennen in Nederland hetzelfde lot is beschoren.

Volgende keer: de jaren 90 en 00, de lucht is schoner maar het kan beter.

Bron: het magazine De lucht van morgen (2009)
Foto: Robin Sommer via Unsplash