DCMR Milieudienst RijnmondMenuNaar de tekstMenu sluiten
Milieumelding? Bel 0888 333 555

Onderzoek door inwoners Hoek van Holland: ook stofoverlast bij minder harde wind

Nieuwsbericht Hoek van Holland

Laatst gewijzigd

Dertig inwoners uit Hoek van Holland hebben deze zomer drie maanden lang meer dan 500 zogeheten plakmonsters genomen van zwart stof. Ze vinden dit stof op hun vensterbanken en tuinmeubels en ervaren daar overlast van. Veel mensen ervaren hinder van het stof en niet alleen bij harde wind uit het zuidwesten, zo blijkt.

Inwoners ervaren ook overlast als de wind niet over de op- en overslagbedrijven in de Europoort waait. Daarvan is in een eerder onderzoek vastgesteld dat ze bronnen van een deel van het stof zijn. Doel van het bewonersonderzoek is beter te begrijpen wat precies hinder geeft en wanneer die optreedt. Dat maakt het gemakkelijker bronnen aan te pakken en maatregelen te nemen. De monsters zijn geanalyseerd door DCMR. Ze geven een goed beeld van de soorten stof die in Hoek van Holland voorkomen: kolen- en ertsstof, maar ook zand en plantenresten.

Op bijna alle dagen kolenstof in Hoek van Holland
De dertig inwoners hebben van juni tot oktober bijgehouden hoeveel hinder ze ervaren. In totaal zijn meer dan 1.400 observaties gedaan. Als ze de indruk hadden dat er op een tevoren uitgekozen plek zwart stof lag, konden de deelnemers met een zelfklevende strip zelf een monster nemen. DCMR haalde uiteindelijk meer dan 500 strips op. Op bijna alle dagen kwamen strips binnen, al waren de hoeveelheden kolenstof soms laag. Gemiddeld bevatten de strips 40 procent kolenstof, met uitschieters tijdens klachtengolven tot 80 procent op sommige plaatsen. Ook zijn duin- en Saharazand en plantenresten aangetroffen. Dit komt overeen met de analyses die TNO en DCMR zelf hebben gedaan.

Hinder, ook als de wind niet uit zuidwest waait
De inwoners konden op een formulier invullen wanneer ze hinder hadden. Opvallend is dat dat ook het geval was op momenten dat er geen zuidwestenwind stond. Er waren ook ‘hinderdagen’ waarop de hoeveelheid kolenstof op de strips bijna nul was. Het is nog niet duidelijk waar het zand en het bodemstof vandaan komen dat bij harde wind een flink deel uitmaakt van de monsters. Het kan zijn dat het van braakliggende terreinen in de haven en van het strand komt. Het onderzoeksrapport, een presentatie erover zijn te vinden in het dossier over de stofoverlast.

Nieuwe inzichten over maatregelen
Ten zuidwesten van Hoek van Holland zijn twee kolenoverslagbedrijven gevestigd. Aangetoond is dat zij bronnen zijn van kolenstof. Maatregelen door die bedrijven bij harde zuidwestenwind kunnen mogelijk bijdragen aan tot afname van de klachten. Een van de nieuwe inzichten uit dit onderzoek is dat er ook klachten zijn als het minder hard waait. DCMR gaat onderzoeken of het helpt ook maatregelen te nemen wanneer het minder hard waait. Daarnaast kan stof dat opwaait van braakliggende terreinen in de omgeving een rol speelt. DCMR gaat daar aanvullend onderzoek naar doen. Een maatregel die dan mogelijk kan helpen tegen een deel van de overlast die mensen ervaren is het inzaaien van die terreinen met gras.

Tegengaan van overlast hoog op de agenda
Na twee grote klachtengolven in de zomer van 2020 staat het tegengaan van overlast door zwart stof in Hoek van Holland hoog op de agenda. Dit zowel bij de gemeente Rotterdam als de gebiedscommissie als DCMR. DCMR Naast intensieve controles bij de op- en overslagbedrijven, heeft DCMR in 2020 drie onderzoeken uitgevoerd. Een eerste onderzoek in samenwerking met de GGD, ging over luchtkwaliteit. Een tweede onderzoek ging over de mogelijke bronnen van het stof. In dit derde onderzoek, met plakmonsters, ging het om inzicht te krijgen in de overlast. Dit onderzoek zegt dus niets over de hoeveelheid stof die neerdaalt of over de bronnen ervan, maar wel wat over de hinder die mensen ervaren.

Nieuwe manieren om de omgevingskwaliteit te verbeteren
Projecten als inwonersonderzoeken (‘citizen science’) passen in de innovatiestrategie van DCMR, die zich richt op het toepassen van nieuwe instrumenten om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Andere voorbeelden zijn campagnes met gemeenten samen tegen ondermijnende criminaliteit en een toezichtsaanpak die is gericht op het voorkomen van incidenten (‘gedragsgericht toezicht’).