DCMR Milieudienst Rijnmond

MenuNaar de tekstMenu sluiten

Onderzoek luchtemissie in glastuinbouw

NOx emissies van de glastuinbouw in en ten noorden van het Rijnmondgebied.

De glastuinbouw is een belangrijke elektriciteitproducent geworden. Op basis van een beperkte steekproef in Lansingerland in 2012 blijkt dat de hiervoor gebruikte installaties meer NOx (en met name NO2) uitstoten dan tot nu toe wordt aangenomen. De in de glastuinbouw gebruikte WKK-installaties stoten verhoudingsgewijs veel directe NO2 uit. De directe NO2 uitstoot wordt onvoldoende meegenomen in de huidige GCN berekeningen.

Als de voor Lansingerland gevonden kentallen doorgetrokken worden naar de gehele noordkant van de Rijnmond blijken er lokaal onderschattingen van de NO2-concentratie tot 10 μg/m3 voor te komen. Zelfs tot in Rotterdam centrum heeft dit enig effect op de berekende concentraties.

Met de inzet van SCR kunnen de effecten van de sector flink beperkt worden al blijft, zelfs bij grote inzet van SCR, de huidige in de GCN gebruikte emissie, een onderschatting van de werkelijke emissies. Ook voor de nabij gelegen Natura2000 gebieden is een juiste inschatting van de kassen emissies van groot belang.

Het RIVM meetpunt Schipluiden (411) ligt binnen de directe invloedsfeer van de nabijgelegen glastuinbouw. De in de studie berekende waarden komen beter overeen met de op het RIVM meetpunt 411 gemeten waarden. De hogere glastuinbouwemissies kunnen (een deel van) de optredende verschillen tussen gemodelleerde en gemeten NO2 concentraties verklaren.

De resultaten zijn verkregen voor een relatief kleine steekproef van bedrijven in één gebied. De representativiteit van deze steekproef wordt globaal bevestigd door rapporten over de sector, maar zou nader onderzocht moeten worden, omdat de energievraag per teelt behoorlijk kan verschillen. Het grote energiegebruik gecombineerd met de lage uitstoot maakt verder onderzoek relevant.

Verwarmde kassen kleiner dan 2 ha vallen op dit moment onder de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen”. Dit is gebaseerd op emissies die volgens de huidige schattingen (deze studie, PAS-tool) niet meer representatief zijn. Daarom wordt aanbevolen om opnieuw te bepalen tot welk glasareaal kassen onder de regeling kunnen vallen.

Naast de glastuinbouw staan er veel meer (industriële) WKK-installaties in en om de Rijnmond, met hogere directe NO2-emissies dan conventionele ketelinstallaties. Ook hier vindt de uitstoot veelal via relatief lage (30—60 m) schoorstenen plaats en kan daardoor de lokale invloed groot zijn. Onderzoek naar deze bronnen wordt aanbevolen.